Nieuw energielabel voor gebouwen

Op grond van de implementatie van de Europese richtlijn de Energy Performance of Building Directive (EPBD), moet elke woning in Nederland bij verkoop, verhuur of oplevering in het bezit zijn van een energielabel. Deze wetgeving geldt al sinds 2008, maar is per 1 januari 2015 verplicht met  opgelegde sancties bij het niet volgen van de wetgeving.

De energielabels voor woningen moeten aan nieuwe eisen voldoen, zoals deze zijn opgenomen in de Regeling Energieprestatie Gebouwen (REG). De oude labels met letteraanduiding (letters A t/m G) worden vervangen door een nieuwe  eenvoudige methode  met getallen van de Energie-Index (EI). Deze Energie-Index (EI) geeft dan de energieprestatie weer van een woning die meetelt voor het woningwaarderingsstelsel (WWS).


1.1 Energielabel

Een energielabel geeft de woningeigenaar inzicht in de mate van energiezuinigheid van zijn woning. Met dit label kan ook een overzicht en advies worden verkregen met toe te passen energiebesparende maatregelen voor het verbeteren van de energieprestatie van de woning.
Een energielabel toont de keuze voor een zuinige woning, dit betekent een lagere energierekening, meer wooncomfort en minder CO2-uitstoot.

Woningeigenaren zonder energielabel, ontvangen per 1 januari 2015 een voorlopig energielabel.
Dit label verstrekt door de overheid, is voorzien van een labelklasse dat loopt van A (zuinig; weinig besparingsmogelijkheden) naar G (onzuinig; nog veel besparingsmogelijkheden). Met dit voorlopig label kan een inzicht worden verkregen op de toegepaste energiebesparende maatregelen bij woningen van een bepaald bouwjaar en woningtype.

Echter is bij het moment van overdracht van een woning alleen het voorlopig energielabel niet voldoende, hiervoor wordt de woningeigenaar verplicht een definitief energielabel te kunnen overhandigen. Bij het ontbreken van een definitief energielabel bij verkoop, verhuur of oplevering van een woning , worden er sancties opgelegd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Voor het definitief maken van een energielabel moet de woningeigenaar zelf op een website aan de hand van tien kenmerken aangeven of het voorlopig label naar zijn verwachting klopt of niet.
De woningeigenaar kan met bewijsstukken zoals foto’s en/of offertes aantonen welke energiebesparende maatregelen hij toegepast heeft tot het verbeteren van de energiezuinigheid van de woning. Vervolgens worden de gegevens door een erkend deskundige beoordeeld, waarna de deskundige het definitief energielabel toewijst aan de woningeigenaar.

Energielabel voor utiliteitsgebouwen
De registratie van het energielabel voor utiliteitsgebouwen verloopt anders dan voor woningen. Utiliteitsgebouwen ontvangen geen voorlopige energielabel vanuit de overheid. Een utiliteitsgebouw is genoodzaakt zelf een erkend deskundige in te schakelen. Deze controleert het gebouw op een aantal vooraf vastgestelde kenmerken. Vervolgens ontvangt de eigenaar van het utiliteitsgebouw een energielabel , dat geregistreerd is door de deskundige.


1.2    Energie-index (EI)

Voor professionele woningeigenaren, vooral de huursector,  is alleen een vereenvoudigd energielabel niet voldoende, hiervoor worden zij geacht een Energie-Index rapport te laten opstellen. Per 1 januari 2015 gaat het energieprestatiecertificaat over in de Energie-Index (Nader Voorschrift).  De Energie-Index van een woning is een getal dat uitdrukt hoe energiezuinig een woning is. Met ingang van deze regeling is er ook een onderscheid tussen het  Definitieve Energielabel en de Energie-Index ontstaan. Met de Energie-Index wordt een exactere bepaling van de energieprestatie van een woning berekend als met het definitief energielabel (A t/m G).

Woningeigenaren, verhuurders en particuliere eigenaren kunnen door middel van een erkend energie-adviseur een Energie-Index laten opstellen. De energie-adviseur geeft doormiddel van een Energie Prestatie Advies (EPA) de eigenaar inzicht in de te nemen maatregelen voor een efficiënter energieverbruik. De energie-adviseur onderzoekt hierbij naar de technisch mogelijke en effectieve besparingsmaatregelen voor de woning.
De Energie-Index van een woning is ongeveer gebaseerd op 150 woningkenmerken. De energie-adviseur controleert de woning op deze kenmerken en berekent daarmee de Energie-Index. Hoe lager het getal van de Energie-Index, hoe beter de energiezuinigheid van de woning.

Sinds 1 januari 2015 hebben de Energie-Index (EI) en het energielabel geen onderlinge relatie meer met elkaar. Er kan bijvoorbeeld niet meer worden gezegd dat een EI van 1,0 garant staat aan het verkrijgen van een energielabel A. Wanneer een woningeigenaar een Energie-Index wil laten opstellen, wordt er automatisch een energielabel gevormd. Er wordt niet op basis van de Energie-Index een labelklasse opgesteld, maar op basis van kenmerken die gelden voor de Energie-Index (zie tabel 1.1 Overzicht labelklasse/ Energie-Index). Het label loopt vanaf 2015 van A t/m G, en niet meer van A+++ t/m G.


Tabel 1.1: Overzicht labelklasse/Energie-Index

Energieklasse

(afgegeven voor 1-1-2015)

Grenswaarden Energie-Index

(afgegeven na 1-1-2015)

A++

kleiner of gelijk aan 0,60

A+

0,6-0,8

A

0,8-1,2

B

1,2-1,4

C

1,4-1,8

D

1,8-2,1

E

2,1-2,4

F

2,4-2,7

G

groter dan 2,70

 

Met een Energie-Index wordt de energiezuinigheid van een woning uitgebreider in kaart gebracht dan met het energielabel. De Energie-Index wordt gebaseerd op 150 kenmerken waartegen het definitief energielabel wordt gebaseerd met 10 kenmerken. Met een Energie-Index wordt een gedetailleerd beeld verkregen van de energiezuinigheid en energieverbruik van een woning. De woningeigenaar kan hiermee een overzicht verkrijgen welke energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. Bij het definitief energielabel wordt een goede eerste indruk verkregen op de energiezuinigheid van een woning, maar is minder geschikt om energiebesparende mogelijkheden te bepalen of vast te stellen of een woning geschikt is voor het opwekken van duurzame energie.