Primaire energie

De warmtebehoefte van een gebouw verandert uiteraard niet naar gelang de warmte anders wordt opgewekt. Echter de hoeveelheid primaire energie, oftewel gebruik van fossiele brandstof, verandert wel door het gebruik van de duurzame energietechnieken, zoals de warmtepomp.

Hieronder worden de energiestromen vanaf de bron (aardgas) tot het realiseren van bruikbare warmte weergegeven. Om een vergelijking met een conventioneel systeem te kunnen maken is de, veel in Nederland toegepaste, HR-ketel gebruikt.


Voor de HR-ketel:


Bij dit systeem komen geen distributieverliezen voor, omdat pas bij de gebruiker de transformatie van gas naar hoogwaardige energie plaatsvindt. Bij een HR-ketel komen wel verliezen voor: o.a. rookgasverliezen
en onvolledige condensatie van de waterdamp (te hoge retourtemperatuur van het cv-water). Het maximale rendement uit één eenheid aardgas is 0,93 eenheden warmte.

De met ‘grijze’ stroom aangedreven warmtepomp:

 

De opwekking van elektriciteit vindt plaats door aardgas in de elektriciteitscentrale te verbranden en daar-
mee een generator aan te drijven. Het rendement van de huidige centrales is slechts 40%. De opgewekte elektriciteit moet vervolgens worden getransporteerd naar de gebruiker.

Tijdens de distributie vinden verschillende verliezen plaats: o.a. overgangsweerstanden en transformator-
verliezen. Bij de gebruiker is slechts 0,38 kWh over van één kWh aardgas. Door het toepassen van een warmtepompsysteem (de C.O.P. is  verondersteld op 4) wordt dit slechte rendement sterk verbeterd. Deze waardeert laagwaardige omgevingswarmte op naar een bruikbaar temperatuurniveau, zodat alsnog 1,52 eenheden bruikbare warmte wordt opgewekt.

De met ‘groene’ stroom aangedreven warmtepomp:

Indien dezelfde warmtepomp wordt aangedreven met ‘groene’ stroom (bv. windenergie), dan hoeft er geen gebruik meer te worden gemaakt van aardgas. Hierdoor ondervindt ons leefmilieu geen schade meer en worden onze fossiele brandstofvoorraden niet meer aangesproken.