Afgiftesystemen

Vloerverwarming

Warmte-afgiftesystemen voor vloerverwarming bestaan in het algemeen uit kunststofbuizen die in de dekvloer worden ingegoten. Belangrijk is daarbij dat er onder de dekvloer en langs de randen ervan een isolatielaag wordt aangebracht. Een bijkomend voordeel daarvan is dat de akoestische eigenschappen van een dergelijke vloer vele malen beter zijn dan die van een conventionele dekvloer, hetgeen met name in appartementencomplexen interessant kan zijn.


Vloerverwarming

De maximaal toelaatbare oppervlaktetemperatuur van de vloer bedraagt (conform NEN-EN 1264) 29°C, behalve in badkamers en randzones. Dit betekent dat de maximale aanvoerwatertemperatuur circa 45°C mag zijn. Direct doorstroomde systemen worden rechtstreeks met het door de warmtebron verwarmde water gevoed. Deze verdienen uit energetisch oogpunt de voorkeur boven indirecte systemen.

Als vloerbedekking komen diverse opties in aanmerking: keramische plavuizen en natuursteen, maar ook parket en textiele of andere materialen. Wel mag bij deze tweede groep de warmteweerstand niet hoger zijn dan 0,15 m²*K/W.

Vloerverwarming is tot nu toe vooral toegepast vanwege de behaaglijkheid. Bovendien biedt het een energetisch voordeel van 5 à 10 procent ten opzichte van radiatoren met 90 °C aanvoer watertemperatuur.
Vloerverwarming kan worden toegepast in combinatie met vrijwel elke warmtebron. Combinaties van vloerverwarming met LT-radiatoren of wandverwarming komen in de praktijk regelmatig voor.